Omdat ons huwelijk enigszins een spontane actie was en we de zomervakantie maanden daarvoor al hadden geboekt, maken we geen exotische huwelijksreis maar gaan we net als de rest van vakantie vierend Nederland gewoon op gezinsvakantie naar Frankrijk.

Enkele jaren geleden zijn we naar camping Luberon Parc in de Provence op vakantie geweest en hebben we het daar waanzinnig naar ons zin gehad. En ondanks dat ik zelden terugkeer naar een bestemming waar ik een mooie tijd heb gehad, hebben we steeds gezegd dat we hier nog wel eens naar terug zouden willen. En zo vertrekken we op 22 juli jl. in alle vroegte richting onze eindbestemming van de eerste week van onze vakantie. Het was de bedoeling dat we onderweg zouden overnachten, maar de reis verloopt dusdanig voorspoedig dat we bij de camping informeren of ze beschikbaarheid hebben voor een extra nacht. Dit was geen probleem en dus konden we in een keer doorrijden. Waar we alleen geen rekening mee hadden gehouden, was dat het laatste stuk doorgaans een drama op de snelweg is en we uiteindelijk pas veel later aankwamen dan we verwacht hadden. Achteraf was het dus toch niet zo’n goed idee, iedereen is doodmoe of zelfs letterlijk ziek van ellende. We zetten de caravan lukraak op onze plek neer, draaien de poten uit, halen de bagage eruit die de doorgang naar ons bed verspert en laten ons dan uitgeput in bed storten; morgen weer een dag!

Gelukkig slapen we allemaal uitstekend en bekijken we de volgende ochtend de ravage die we de vorige avond hebben achtergelaten. Eerst maar eens de caravan fatsoenlijk neerzetten, de voortent opzetten, de spullen rondom de caravan ordenen en de bagage uit de auto halen. Wanneer dat er meer op begint te lijken, daalt langzaam het vakantiegevoel in. Sander gaat boodschappen doen terwijl ik de voortent inricht en met de kinderen een rondje over de camping loop. Thirza kan zich niets van de camping herinneren, maar wanneer we bij de grote glijbanen gaan kijken, die de vorige keer overigens op een andere plek stonden, begint er toch voorzichtig een klein lampje te branden: die glijbanen kon ze zich toch nog wel herinneren. De eerste dag verloopt verder zoals iedere eerste vakantiedag, rommelig en lui tegelijk.

De vorige keer dat we in de Provence waren, hebben we een bezoek gebracht aan Avignon. Sander had toen al de grote wens om Palais des Papes te bezichtigen, maar omdat Kyano toen nog niet kon lopen en de buggy niet mee naar binnen mocht, hebben we van de bezichtiging afgezien. Dus het eerste dat op de agenda stond deze vakantie, was natuurlijk alsnog het langverwachte bezoek aan Palais des Papes. En wat een tegenvaller was dat! Buiten het feit dat het bijzonder groot is, is het paleis verder ontzettend kaal en saai. Al snel waren we er allemaal wel klaar mee, maar het duurde voor ons gevoel nog een eeuwigheid voordat we eindelijk weer bij de uitgang waren. Deceptie, teleurstelling alom dus… We wandelen nog een stuk door Avignon en gaan uiteindelijk terug naar de camping waar we nog even lekker in het zwembad plonsen. Ook de maandag brengen we grotendeels aan het zwembad door, heerlijk met een boek onder de parasol, een drankje en een chipje erbij. We halen een ijsje en een patatje en gaan pas weer naar de caravan als onze achterwerken gevoelloos zijn geworden van het zitten op die plastic stoeltjes.

De rustdag was voor Sander zeer aangenaam, want voor de dinsdag staat de beklimming van de Mont Ventoux op de agenda. Omdat Sander alleen naar boven wil fietsen en niet wil afdalen, rijd ik samen met de kinderen achter hem aan naar boven. Ik worstel onze stationwagon tussen alle wielrenners door, sta doodsangsten uit of ik niet per ongeluk een fietser van de berg af rijd omdat ik op het allerlaatste moment een plek vind waar ik die veel te grote auto even kan parkeren en probeer ondertussen de kinderen enthousiast te houden gedurende de vele uren die we moeten overbruggen voordat papa eindelijk de top heeft bereikt. Iedere keer als Sander in de buurt van de auto komt, beginnen de kinderen braaf te schreeuwen en juichen, in de (vergeefse) hoop dat hun vader een beetje doorfietst. Maar dan… vele juich sessies, liters water en nog meer liters zweet later, is de top van de Mont Ventoux in beeld en zijn we allemaal bijzonder trots dat Sander het zonder kleerscheuren heeft gehaald. Al zakt de kinderen de moed direct weer in de schoenen als ze horen dat papa volgende week nog een berg op wil fietsen en antwoorden de kinderen luid in koor: “We gaan echt niet nog een keer mee, hoor!” We kopen het geduld van de kinderen af met een zak veel te duren snoepjes en de belofte dat we straks met ze naar het zwembad gaan en slalommen dan vrolijk de berg weer af. En belofte maakt schuld, dus de rest van de middag brengen we bij het zwembad door.

Omdat we maar een week in de Provence blijven, gaan we in een rap tempo door met het afwerken van ons wensenlijstje. Op woensdag gaan we naar Marseille waar we een volgende langgekoesterde wens van Sander moeten inwilligen. De vorige keer dat we in Marseille waren, is het Sander niet gelukt om de echte bouillabaisse te proeven. En dus gaan we na een bezoek aan de Notre-Dame de la Garde, uiteraard laten we ons met het toeristentreintje naar boven en weer naar beneden brengen, op zoek naar een restaurant waar tijdens de lunch bouillabaisse Notre-Dame de la Gardewordt geserveerd. Vele menukaarten en potentiële restaurantjes verder, laten we ons bij een bijzonder chique uitziend restaurant op het terras neervallen, maar Sander zal vandaag eindelijk zijn bouillabaisse gaan proeven. Dat er voor de rest van het gezin eigenlijk niets op het menu staat dat in de smaak valt, is bijzaak. Voor de kinderen bestellen we dus maar een ordinair, maar veel te duur, kindermenu en ik bestel een mossel pannetje. Wat een feestmaaltijd had moeten worden, althans voor Sander, eindigde in deceptie of teleurstelling deel twee, want Sander vond het eigenlijk niet echt bijzonder en wij onze lunch nog minder. En zo vertrekken we enige tijd later, vele euro’s lichter en doorweekt van het zweten onder een overdekt terras, richting onze auto. Het is tijd om terug te gaan naar de camping en af te koelen in het zwembad. Tot nu toe is deze vakantie nog niet de topper van de eeuw, maar hopelijk kan de donderdag daar verandering in brengen.

Helaas, niets is minder waar. We vertrekken op tijd richting de Camargue, een natuurgebied waar we de vorige keer heerlijk doorheen hebben gereden, wilde paarden en flamingo’s hebben gezien en een bezoek hebben gebracht aan de zout velden. Niets van dit alles tijdens ons weerzien met de Camargue: de natuur was compleet verwilderd en zo hoog gegroeid dat er nergens meer uitzicht over het natuurgebied was, wilde paarden hebben we niet gezien, de flamingo’s alleen heel in de verte door de grote droogte en het teruggetrokken water. Alleen de zout velden lagen er nog net zo bij, maar het provisorische winkeltje waar ze de Fleur de Sel uit de Camargue verkochten, ligt er verlaten en vervallen bij. Voor de vorm maken we nog een paar leuke foto’s van de kinderen met de zout velden op de achtergrond en druipen dan af richting de camping.

En dan is de vrijdag alweer onze laatste dag in de Provence, want zaterdagochtend rijden we “door” naar het meer van Annecy, waar we Marco zullen treffen. Eigenlijk hadden we nog wel wat plaatsen op ons lijstje staan, maar door alle tegenvallers besluiten we toch maar op de camping te blijven en onze herinneringen niet verder te vertroebelen. Dit is dus precies de reden waarom ik niet terug wil naar een plek waar ik het eens zo fijn heb gehad. We hangen deze laatste dag bij het zwembad en doen heerlijk rustig aan. Aan het eind van de middag ruimen we alle spullen weer op, breken we de voortent af en maken ons klaar voor vertrek morgenochtend. Hopelijk wordt het tweede deel van onze vakantie een groter succes, dus op naar camping De Lac Bleu in Doussard!